18 januari – 25 januari
Onze laatste ochtend in San Pedro De Atacama bereidt ons al meteen voor op wat komen zal. In onze ongezellige kamer in het hostel in de mindere buitenwijken van San Pedro – van een downgrade gesproken – komt een half uur voor ons vertrek naar Bolivia geen druppel warm water uit onze kraan!

We hebben een 3-daagse tour naar Uyuni geboekt, inclusief overnachtingen en maaltijden, omdat dit de beste en zelfs goedkoopste manier bleek om naar Bolivia te reizen en onderweg ook nog wat van de regio te zien. De reviews van deze tour spreken van bittere kou op 5000 meter hoogte, zeer rudimentaire accomodatie zonder warm water en eenvoudig eten. Ook alcohol is op die grote hoogte taboe. Ik ben benieuwd hoe plezant we het allemaal nog gaan vinden 😉 maar goed, ’t is een goede manier om wat te vasten en te detoxen na de voorbije weken van overvloed, en ik popel om te vertrekken!

Fris en monter – na een ijskoude douche – wachten Henk en ik voor de deur van het hostel, en we merken meteen dat het afgesproken tijdstip op ‘Zuid-Amerikaans uur’ gerekend is. 3 kwartier te laat staat de chauffeur voor de deur, en zetten we koers richting Bolivia waar we de reis per 4×4 zullen voortzetten. Spannend :D!
De Boliviaanse grens blijkt een eenzame slagboom in the middle of nowhere, puur voor de show want je kan er gewoon langs rijden 🙂 we laten onze nieuwe paspoortstempel drukken en maken kennis met onze medereizigers; een koppel Engelsen, een koppel Duitsers, en 6 Braziliaanse meisjes. Tot grote spijt van Henk worden we automatisch bij de ‘koppels’ ingedeeld, en kruipen we met de Engelsen en Duitsers, vergezeld van gids José, in een jeep i.p.v. met de knappe Brazilianen.

Samen met de vele jeeps van de andere touroperators – die krak dezelfde tour aanbieden – rijden we in colonne richting “Reserva Nacional de Fauna Andina Eduardo Avaroa”. Met diezelfde jeeps stoppen we aan de lagunas blanca en verde. Je kan al raden welke kleur die hebben! De weerspiegelingen van de achterliggende besneeuwde bergtoppen in de meren zorgen wel voor fantastische gezichten. Na een bezoek aan de ‘woestijn van Salvador Dali’, de ‘Salar van Chalvire’ met haar natuurlijke warmwaterbaden en de borrelende, stinkende geisers van ‘Sol de Manana’ – de hele dag onder begeleiding van vreselijk irritante Boliviaanse trompetmuziek in de auto – komen we aan bij onze eerste refugio: een barak in het midden van het nationaal park, met enkel slaapzalen en geen douche, noch warm water.

Het eten dat ons hier opwacht belooft tot onze verbazing niet veel goeds voor de dieet-voornemens: lekkere worstjes, tomaten, komkommers, en hemelse puree. Bolivia is het land van de patat, en dat is hier aan te merken! Voor de rest van de avond geraken we de praat met de zeer luidruchtige, lacherige en supersympathieke Braziliaanse meisjes.

De volgende ochtend is onze jeep tot onze grote verbazing de enige die op dat moment de laguna Colorado bezoekt, een grote, bloedrood gekleurde lagune met honderden flamingo’s. We kiezen een andere weg dan onze 4 metgezellen en staan helemaal alleen voor het immense meer, vlakbij een kudde grazende lama’s, genietend van de stilte en van het gevoel dat we alleen op de wereld zijn.
Onze medereizigers zijn wel een beetje een bummer tijdens deze trip. Ze zitten – na de obligate foto’s getrokken te hebben – altijd snel terug in de auto, en er wordt niet veel gezegd tijdens de ritten. In de ‘Braziliaanse’ auto lijkt er veel meer plezier te beleven :(!


Na tijdens deze tweede dag de ‘Arbol de piedra’ – metershoge stenen ten midden van de woestijn – en alweer een handvol lagunes bezocht te hebben, komen we aan in Culpina, een dorpje zoals ik me het ‘echte ‘ Zuid-Amerika had voorgesteld: half afgewerkte ‘koterijen’ als huizen, en veel rommel en vuil op straat, van lege colaflessen tot kapotte kledij en speelgoed. En daartussen ravotten de straathonden in het rond.
We krijgen alweer een basic kamer en dito diner: lamavlees met patatjes, en enkele flessen wijn later (bye, bye, detox) kruipen we na veel luid gepraat, gelach en gezever in ons bed…


De volgende dag zijn we redelijk moe van de olijke avond, maar met José is het blijkbaar erger gesteld. Henk hoort van een dorpeling dat hij heel de nacht op de lappen is geweest! Hij ziet er inderdaad niet fris uit, en lijkt niet al te gelukkig. Tot overmaat van ramp start onze 4×4 niet, en moeten Henk en co. hem in gang duwen! De rit naar Uyuni verloopt gespannen: iedereen houdt Josés rijgedrag in het oog. Hij moet verschillende keren stoppen; zogezegd om op de andere auto te wachten, maar het lijkt er eerder op dat hij wat frisse lucht nodig heeft.


Zo rijden we nog via een treinkerkhof naar wat hét hoogtepunt van deze tour zal blijken: de zoutvlakte van Uyuni. Een glinsterende, witte vlakte tot zover het oog kan reiken, 1/3 de grootte van België. Een schitterende locatie om de tour af te sluiten!

Eens in het centrum van het stadje Uyuni aangekomen, maken we voor de eerste keer kennis met de goedkope prijzen in Bolivia. Voor een gewoon tweepersoonskamertje in een hostel betalen we 12€, en een bord kip met frietjes kost 1,5€! Ook ons busticket voor de volgende dag, naar het bergstadje Potosi, kost slechts 3€. Je ervaart natuurlijk niet veel luxe, maar damn, this is a cheap country!

We kunnen ook eindelijk onze kleren eens laten wassen in een plaatselijke lavanderia, maar dat blijkt alweer een hele onderneming. Ondertussen moeten we toch ook wel al weten dat ze hier altijd ‘ja’ zeggen, tot het er op aankomt, en op het afgesproken tijdstip is onze was dus nog verre van droog! Als ik de dag erna – net voor we de bus moeten halen – terugkeer naar de lavanderia, blijkt het grootste deel van onze was nog natter dan gisteravond. Que? Natuurlijk hebben ze een heel deel van onze kleren op de kletsnatte vloer laten vallen, héél aangenaam als je weet dat de wasplaats tegelijkertijd ook de banos publicos – oftewel openbare toiletten – zijn. De natte kledij gaat dan maar zo mee de rugzak in :s.

Om 10u stipt moeten we aan het busstation staan, maar natuurlijk is daar helemaal geen bus te bespeuren. Een dik half uur te laat komt het gammele, stokoude Mercedes-busje de straat ingetuft en met de bagage op het dak gebonden vertrekken we traag maar zeker richting het mijnwerkersstadje Potosi – op 4000 meter de hoogste stad ter wereld met meer dan 100 000 inwoners. Het oude beestje hoest en proest met moeite de bergen op en zal uiteindelijk 5 uur doen over een rit van nog geen 200 kilometer!

Bij de eerste aanblijk lijkt Potosi met haar ongezellige gebouwen en vuile straten niet meteen het UNESCO-werelderfgoed dat aangeprezen staat in onze Trotter, maar als we van de busterminal richting centrum wandelen, komt daar verandering in: kleurrijke gevels, mooie koloniale kerkjes, en gezellige pleinen met een overvloed aan kraampjes met eten, drank, ijsjes en algemene brol. De Boliviaanse, indiaanse vrouwen lopen bijna allemaal rond in traditionele klederdracht: brede, lange rokken, pulletjes van lamawol, een veelkleurige doek waar ze hun kind of boodschappen in dragen, en bijna allemaal dragen ze een hoed op hun lange, zwarte vlechten: bolhoeden, strooien hoedjes, jagershoedjes,… Als ze maar iets op hun hoofd kunnen zetten :)! We zullen de volgende weken merken dat de rokken ook verschillende andere functies hebben: de vrouwen vegen er het zweet mee van hun voorhoofd, snuiten er hun neus in, en gebruiken ze zelfs als ‘sanitair hulpmiddel’ om er in het midden van de straat een plasje onder te doen!!

Potosi is onze eerste kennismaking met de authentieke Boliviaanse cultuur. We verblijven, alweer voor een habbekrats, in een zeer basic kamertje in een oud klooster, en naast de culturele bezienswaardigheden van het stadje te bezoeken gaan we de volgende dagen vooral ook op culinare ontdekkingstocht.

In de comedor popular op de markt eten we een broodje met ei, kaas of verse avocado voor enkele tientallen eurocenten. Een fles Potosina-bier van 1 liter kost 2€, en de stad is bezaaid met kippenrestaurants waar je kip aan’t spit met frietjes kan eten voor 1,5€. Een verse milkshake aan een straatkraampje kost 50 cent, en een hartig groentengebakje of vers geperst fruitsap vaak nog minder. Wat een luxe! En dan denk ik nóg dat de handelaars ‘à la tête du client’ rekenen :).
In de meeste mercados kan je ook een volledige maaltijd krijgen bij de dames die in hun geïmproviseerde keukentjes rond allerlei pruttelende potten staan, en ons allemaal aan hún tafeltje wenken. In de potten zitten ondefinieerbare substanties: prut met linzen, prut met kip of prut met vlees. Onder het motto ‘we moeten toch alles eens geprobeerd hebben’ laten we ons overtuigen en kiezen we voor het vlees. Henk en ik krijgen een gigantisch bord met vleesprut, pasta en zwarte patatjes voorgeschoteld. Na eerst 2 lange zwarte haren uit ons bord gevist te hebben, tasten we toe. De zwarte, harde ‘papas congelatos‘ zijn niet ons ding, maar de pasta is OK, en het vlees smaakt eigenlijk gewoon naar stoofvlees. Met onze 2 cola’s erbij betalen we 1,7€ voor deze enorme berg voedsel. Je merkt het, ik kan er écht niet van over, van die lage prijzen!
Goed, naar de hygiëne mag je natuurlijk niet kijken in deze ineengeknutselde keukentjes. Zo is er geen stromend water: de afwas wordt de hele dag gedaan in dezelfde vuile emmer water. Daarnaast lopen de straathonden gewoon rond in de keukens, hopend op een hapje, en worden ze ook eens geaaid door de kokkin, die de volgende moment terug met haar handen aan je eten zit. Als we het toch iets deftiger willen, gaan we op restaurant een almuerzo eten. Voor een 2-tal euro krijgen we een 4-gangendiner met een soepje, voorgerecht, kip of lama-steak met rijst en aardappelen, en een dessert.

Na deze eerste kennismaking met Bolivia wordt het tijd om verder te reizen, richting Sucre. De voorbije dagen waren er wegblokkades gaande – mijnwerkers die de wegen en treinsporen in en uit Potosi blokkeren in de hoop een hoger pensioen af te dwingen van de overheid zijn hier schering en inslag – die nu opgelost zouden moeten zijn. Daarenboven laat het Boliviaanse regenseizoen z’n aanwezigheid de laatste dagen meer en meer opmerken door hevige regenbuien op Potosi af te sturen!
Na verschillende keren van het kastje naar de muur gestuurd te zijn wat de trein betreft – “kom morgen anders om 7u nog eens terug om te zien of hij rijdt” – besluiten we dan maar te handelen als verwende toeristen en gewoon met de taxi naar Sucre te vertrekken ;).
Ik begin een vermoeden te krijgen dat de 2 weken, die we vooropgesteld hadden om door Bolivia te reizen, niet zullen volstaan…!









Quel beau reportage, cela doit vraiment être un dépaysement total, les photos sont magnifiques et font rêver. J’espère que entre temps le linge a sécher 😉 et que vous avez encore tester de bon petits plats du pays à ce prix là c’est presque incroyable!!! Je vous embrasse bien fort et vous souhaite encore une bonne continuation.
Prachtig verhaal, met heel mooie foto’s!!Bien
Weer een mooie reportage met leuke foto’s. Beter dan in veel professionele reisgidsen.