20 oktober – 5 november
Henk en ik kijken er allebei naar uit om Bien & Sven terug te zien, het is zó leuk dat zijn ouders ons komen bezoeken! Eigenlijk is het de perfecte wereldreis: samen onderweg zijn, goed moeten rekenen en oppassen wat het budget betreft en samen keuzes en beslissingen nemen over wat we – al dan niet – zullen doen, met daarin 2 keer een fantastische adempauze, waarbij we onze familie terugzien en ons even minder zorgen moeten maken over diezelfde keuzes en budget.
Terwijl we inchecken in het hotel in San Francisco, horen we opeens onze namen. Toevallig zijn Bien en Sven op hetzelfde moment toegekomen! Na een helse heenreis (19 uur onderweg, problemen met de zitplaatsen op het vliegtuig, en op de koop toe staakt het openbaar vervoer vandaag in San Francisco) beslissen zij een welverdiend jetlag-dutje te doen de rest van de avond, en gaan Henk en ik de buurt al wat verkennen.

Het eerste Amerikaans ontbijt van Bien en Sven is er – hoe kan het ook anders – eentje in de McDonalds: een Egg McMuffin, aka een omelet met kaas op een hamburgerbroodje. Ik had het ook nog nooit geproefd, maar het is lekkerder dan het klinkt!
Omdat het deze voormiddag wat mistig is (typisch voor San Francisco) gaan we eerst… shoppen! Sven, die vooral voor de nationale parken en de natuur is gekomen, vindt het allemaal best, “want daar moet je naar Amerika voor komen hé, om te winkelen” ;). Maar de kleding is hier wel effectief stukken goedkoper, en omdat Bien ze mee kan nemen naar huis, kopen Henk en ik enkele Levi’s broeken die hier nog niet de helft kosten van in Belgie. De zon komt erdoor, en na de shopping-spree bezoeken we Chinatown, en lunchen we nogmaals in het lekkere restaurantje waar Henk en ik al 2 keer hebben voorgeproefd. We stappen het hele stadcentrum door – berg op, berg af – richting Fisherman’s Wharf, waar onze zeil-liefhebbers de mooie historische boten bewonderen, en natuurlijk houden we ook halt bij de zeeleuwen. Zo grappig dat die zijn, ik zou er echt uren naar kunnen kijken :)! ’s Avonds doen we aan fine dining, in het mooiste – en minst Amerikaanse – restaurant dat we deze vakantie zullen aandoen. Het noemt “1760” op Polk street, en is een echte aanrader: een mooie smaakvolle inrichting, fijne Europese keuken en Belgische biertjes – we drinken een Bavik – op de kaart. Ze serveren kleine gerechtjes, die je tapa-style moet delen met je tafelgenoten. Very pricy, maar wel SUPERlekker!

Op dag 2 van ons bezoek aan San Fran stappen we richting andere delen van de stad: van Japantown, met een overvloed aan sushi-restaurants en winkels vol snuisterijen, tot de ‘Painted Ladies’-huizen, die eigenlijk even mooi en speciaal zijn als alle andere huizen in die buurt. Erna richting de hippie-buurt aan de straten Haight & Ashbury, met de talrijke smoke shops, winkels met lelijke hippie-kleren (gebatikte T-shirts enzo: ieeuw!), en gelukkig ook gezonde restaurantjes waar we kunnen lunchen. Mijn eerste hartige pannenkoek ever is alvast een succes, yummie! In de stralende zon stappen we verder richting het holebi-district bij uitstek: “Castro”. Een grote wapperende regenboogvlag geeft aan dat we er gearriveerd zijn, en ook de namen van de winkels en restaurants kunnen erg dubieus opgevat worden: “Moby Dick”, “The Sausage Factory”, “Rock Hard”,… 😉

De volgende dag hebben we een lange rit voor de boeg langs highway 1 en ‘Big Sur’ ten zuiden van San Francisco (de mooie, steile, rotsige kust die Henk en ik al kennen van tijdens het liften, maar die er niet minder impressionant om wordt), om dan verder te rijden naar de “Tenaya Lodge”, onze verblijfplaats aan de rand van het Yosemite National Park met eigen restaurants, zwembad en jacuzzi. We genieten van de faciliteiten en, toegegeven, ook van het feit dat we met Bien en Sven op reis zijn en dus eens een lekkere steak kunnen bestellen op restaurant. Dat zal ook niet de laatste keer zijn in de volgende weken, want als er iéts culinairs is waar de Amerikanen goed in zijn dan is het barbecuen! Als we ’s avonds met ons 2 in de hot tub zitten worden we natuurlijk weer aangesproken door een tipsy Amerikaan en zijn botox-vrouw (of is het minnares?) die vraagt waar we vandaan komen, ons verhaal wil horen, en vervolgens uiteraard ook meteen het zijne wil doen. Gewoon eens rustig, op het gemak in de jacuzzi zitten met uw lief, dat kennen die mannen hier dus niet hé, altijd moeten ze tegen een vreemde beginnen babbelen! Als hij vraagt of we enkele tips willen over wat we ‘zéker moeten doen’ onderweg, blokt Henk dat snel af met een droge ‘Nah, thanks’. Damn, zijn we dan toch stugge Vlamingen?

Yosemite is een zeer veelzijdig park; we stappen langs eeuwenoude, superbrede sequoia’s, stoppen bij het ‘glacier point’ waar je goed kan zien hoe een immense gletsjer tijdens de ijstijd het het park gevormd heeft, rijden langs ‘El Capitan’ (in het Nederlands: ‘Den Tom Waes’) en lunchen in een statig hotel uit de jaren ’20 in het midden van het park. De loofbomen zijn al in herfst-modus, en kleuren rood, geel en oranje. Sven vindt het allemaal fantastisch, prachtig, hij zal zelfs meermaals durven zeggen: ‘magnifiek’ :)!

Na een overnachting in skigebied ‘Mamoth Lakes’, waar het ’s nachts al vriest, gaan we naar het ander uiterste: in Death Valley, 300 km verderop, zal het vandaag 35°C zijn! We hebben gelukkig 2 dagen om dit nationale park te bezoeken, zodat we vandaag al in de vroege namiddag aankomen in ‘Stovepipe Wells’ – een nederzetting in Far West-stijl in het midden van het park, dat slechts bestaat uit 4 gebouwen: ons hotel, een saloon, een general store en een tankstation – en nog wat op’t gemak van de hete zon en het zwembad kunnen genieten. Na het avondeten in de saloon (veel keuze hadden we niet) rijden we enkele kilometers verder tot het werkelijk pikdonker is, en bewonderen we de felle sterrenhemel. W.A.U.W!

De volgende ochtend is het alweer vroeg dag (iets té vroeg naar Henk en mijn zin) en worden we gewekt om de rest van Death Valley te bezoeken, en erna door te rijden naar Las Vegas. Het is toch soms een uitdaging voor Henk en mij, om als overtuigde (en trotse!) avondmensen altijd even fris en monter te zijn als Bien en Sven, de consequente ochtendmensen van ons gezelschap.
Van Death Valley blijft vooral de wijdse zoutvlakte me bij, waar we amper een andere toerist zien (en dat is zeer uitzonderlijk, zegt Henk, die een deel van deze tour van de nationale parken al eens gedaan heeft en dus kan vergelijken), en de uitgestrekte badlands die gelijken op een wirwar van grote zandduinen.


Enkele uurtjes later rijden we Las Vegas binnen, en zelfs bij daglicht is de Las Vegas Boulevard, aka de Strip, wat ik er van verwacht had: groot, groter, grootst! We passeren New York, de pyramide van Luxor, Paris, Ceasar’s Palace, het Bellagio, The Mirage,… Alle namen die ik enkel uit de films ken.
Na room service besteld te hebben – gelijk de echten – wagen we ons op de Strip. Het is zaterdagavond en de zotte/zatte mensen zijn overweldigend, evenals de lichtjes, de kleurtjes en alle kitsch die je je kan voorstellen. Overal is er wel iéts aan de hand: mensen met gekke outfits, bruidjes en bruidegoms, straatdansers, Elvis, Michael Jackson,… Een absolute traktatie voor mijn snel afgeleid – volgens Henk lichtelijk naar ADHD neigend – karakter :)! We kijken naar de bekende fonteinenshow van het Bellagio, gaan naar een electro-swing optreden in het Cosmopolitan, en verbazen ons aan de gondolas die op de 2de (!) verdieping van het Venetian in een kanaal rondvaren. Wanneer Bien en Sven terug naar het hotel gaan, willen Henk en ik nog eventjes op de 1 cent-slotmachines spelen in Bally’s, en wat hij me zei over de casino’s is dus echt waar: overal krijg je gratis drank terwijl je aan het spelen bent! Cola’s, pintjes, longdrinks, cocktails, … maakt niet uit, je moet enkel de serveerster een kleine fooi geven. Met onze enkele dollars kunnen we zo enkele uren spelen, drinken, en uiteindelijk zelfs met 8,5$ winst naar huis gaan ;)! Who ever said Vegas was expensive? Ondertussen worden we nog aangesproken door jonge twintigers Blake en Brittaney – net 21 geworden, dus net legaal om te drinken, en dat zie je eraan. Zij zijn er van overtuigd dat Henk een zekere Blake Shelton is, een superberoemde en ons totaal onbekende countryster, en willen een foto met hem voor op facebook :D!

Na een schamele nachtrust van een uur of 4 en een top-ontbijtje (eggs benedict!) in het hotel vertrekken we richting Grand Canyon, waar we een voor zonsondergang aankomen. We besluiten om nog snel een kijkje te gaan nemen, want Grand Canyon tijdens het ‘golden hour’, dat moet toch de moeite zijn. En of dat zo is! ’t Is onmogelijk te omschrijven; de grootsheid, die ongelooflijke diepte (1800m), en die bruinrode kleur van de rotsen die nog feller uitkomt in de gloed van het dalende zonlicht. We zijn voor eventjes sprakeloos. En daarna vindt Sven het uiteraard ‘magnifiek’ :).


Spijtig genoeg valt voor het eerst ons hotel, de Best Western in Tusayan, wat tegen. Het is een echte ‘fabriek’; een veredeld, en niet al te proper, motel met onvriendelijk personeel. Het probleem met zulke hotels is dat ze – gezien hun locatie – altijd volzet zijn, en ze kunnen het zich veroorloven om niet 100% in orde te zijn. Maar gelukkig maakt Grand Canyon zeer veel goed. Het is de dag erna zonnig weer, waardoor we een lange wandeling kunnen maken en de vele viewpoints langs de route kunnen bewonderen.

Het volgende park dat op onze route ligt, is Canyon De Chelly. Ik, en zelfs Henk, had er nog nooit van gehoord, en ik vraag me dan ook af of het wel zo impressionant zal kunnen zijn als Grand Canyon. Het regent pijpestelen tijdens onze rit, en ons hotel ligt in het ongezellige, mistroostige dorp ‘Chinle’ in het indianenreservaat van de Navajo-stam. Net als in Canada zijn de indianenreservaten troosteloze regio’s; het zijn de slechtste, meest armzalige stukken land, en de dorpjes zijn een warboel van onverzorgde, rommelige huizen. Het enige wat niet ontbreekt in de reservaten is de aanwezigheid van alle soorten fastfoodketens, en dat zie je aan de vele native American dikkerds. De canyon zelf blijkt gelukkig wel mooi. Het is een kleine kloof, in diezelfde rode rotsen die typerend zijn voor de regio, waar vroeger Navajo en Hopi-indianen in woonden. Zoals we onderweg ook al enkele keren gezien hadden, staan ook hier indianen met hun koopwaar: juweeltjes, dromenvangers, tapijtjes, schilderwerk, etc. Als je erover nadenkt is dat eigenlijk wel erg; 200 jaar geleden zijn die mensen onderdrukt en buitengekegeld uit hun eigen land – ze kregen wel reservaten, maar zoals ik al zei zijn dat de meest onherbergzame, mistroostige stukken land – en moeten ze meedraaien in een economisch systeem waar ze nooit om gevraagd hebben, door hun eigen goederen wat te verkopen aan toeristen. Meer dan de helft van de indianen zijn laaggeschoold en leven in armoede, en alcohol is in heel het reservaat verboden. Ik meen me inderdaad te herinneren, o.a. uit de Lucky Luke-strips, dat indianen nogal kwistig met dat ‘vuurwater’ – een vergiftigd geschenk van de blanken – konden omgaan, en er aan verslaafd werden. Henk weet me trouwens ook te zeggen dat zij op hun buurt de blanken hebben leren roken, want voor die tijd bestond tabak niet in onze contreien.


In de namiddag breekt de zon door, wat goed uitkomt want we komen net aan in Monument Valley. Grote, rode rotsen – alweer – maar in volledig andere maten en vormen, gelegen in een woestijnlandschap. Zeer mooi, zeker in de zon, en Henk en Sven stoppen niet met foto’s nemen!

’s Avonds logeren we in Moab, Utah, om de volgende dag Arches National Park te bezoeken. En dat bestaat vooral uit… rotsen! En je zal nooit raden in welke kleur: rood! In dit park zijn de gesteenten uitgesleten in de vorm van grote bogen. Het is mooi en ik kan er zeker van genieten, maar ik snap Bien ook wel, die het allemaal wat eentonig begint te vinden.


Al bij al zijn Bien en Sven niet echt lyrisch over de USA: de natuur is mooi, maar zoals verwacht ben je voor wat meer stijl en klasse, of fijne en gezondere keuken, beter af in Europa. Sven zegt zelfs dat hij zijn beeld over de almachtige Verenigde Staten heeft moeten bijstellen, want slechts een klein deel van de bevolking leeft in die ‘American Dream’ die ze zo graag over zichzelf ophangen. Voor de rest zie je hier ook veel sukkelaars, dikkerds en gewoon regelrecht ‘mensen zonder stijl’ (dixit Bien). Zelfs Henk, die altijd een beetje met de USA dweepte, heeft de voorbije maanden zijn mening herzien. En ik, ik geniet volop van deze reis en van de ‘cultuurshock’, maar ik zou hier sowieso niet permanent aarden, denk ik. Iets te veel mensen die enkel zichzelf graag horen praten ;).

Onze laatste stop van deze tour, voor we terug naar eindpunt Vegas gaan, is Bryce Canyon. Als we aankomen, blijkt ook dat het hier al wreed veel gesneeuwd heeft; alles is wit en het is vriezend koud! Het maakt dan ook dat we snel-snel op enkele uurtjes door het park rijden, dat wel mooi is, daar niet van: hoge, smalle – surprise – rode ‘spider rocks’ met sneeuw erop. Nee, dan liever het Zion National Park, dat we die namiddag bezoeken en waar het al meteen 20°C warmer is! We zien er eindelijk terug wat meer loofbomen, en een overvloed aan beestjes: vossen, hertjes, eekhoorns…


Terug in Vegas aangekomen is het bijna tijd om afscheid te nemen van Bien en Sven, maar gelukkig sluiten we onze reis tesamen nog af met een absolute TOPPER: Dinner in the Stratosphere! Een lekker etentje op de 300 meter hoge toren met uitzicht over de stad, die elke 80 minuten volledig ronddraait. De perfecte afsluiter van een geweldige 2 weken, waarbij Henk en ik op een heel andere (lees: luxueuzere) manier hebben kunnen reizen, en zoveel moois hebben kunnen zien op korte tijd.
Enorm bedankt Bien en Sven, voor de mooie reis. We vonden het heel leuk om met jullie op stap te zijn!
Proficiat, Bene, weer een schitterend verhaal van een geboren journaliste! Ik kijk al uit naar het vervolg.
Wouaw Henk et Bene encore une fois un récit époustouflant et de magnifiques photos. Quel plaisir d’avoir de vos nouvelles et de voir que tout se passe bien. Je vous souhaite encore pleins de belles aventures. Gros bisous et à très vite