Maandelijks archief: februari 2014

#14 Bolivia: Donde todo es posible y nada es seguro (pt. 2: Sucre,Cochabamba & Toro Toro)

30 januari – 10 februari

Na een 2,5 uur durende taxirit from hell – de chauffeur haalt met zijn stokoude auto zorgeloos in in de bochten, rijdt veel te snel op de smalle bergwegen, en dat allemaal terwijl ik op de kleine achterbank samengeperst zit tussen Henk en een Boliviaan – komen we vanuit Potosi aan in het mooie Sucre. Spijtig genoeg worden we hier verwelkomd door regen, regen en nog eens regen. We besluiten deze keer voor een iets duurder hotel te gaan (18 , ja hállo ;)!) en komen terecht in een mooi koloniaal gebouw met verschillende gezellige binnenpleintjes, een eigen terrasje aan onze kamer, en zelfs een heuse douchecabine! En een badkamer met douchecabine, dat is hier een grotere luxe dan je zou denken: de Boliviaanse douches zijn normaal gezien gewoon een douchekop en een afvoerputje: als je je doucht zijn de vloer en WC voor de rest van je verblijf doorweekt. Handig is anders!

IMG_0202
Sucre, la ciudad blanca
IMG_0210
Mercado, Sucre

De volgende dagen bezoeken we “de witte stad” tussen de regenbuien door. Sucre is een schattig, koloniaal stadje met een gezellige bedrijvigheid en veel mooie, witte, Spaans aandoende gebouwen. Net als in Potosi hebben we hier wel het gevoel dat we meer uitlaatgassen dan O2 inademen. Geen wonder, als je de wrakken van auto’s hier bekijkt! Ik denk dat alle oude brol van andere continenten naar hier wordt verscheept: in Uyuni zagen we een vrachtwagen met als opschrift “Belgian Transport Hendricks & zn.”, en in Sucre en Potosi hebben alle openbare bussen Chinese tekens opgeschilderd, uit een vorig leven.

We bezoeken ook het verrassend aangename kerkhof van de stad: een groene oase, met ‘appartementsblokken’ als graven: 4 of 5 mensen liggen boven elkaar geborgen. Speciaal om te zien! 

IMG_0267
Kerkhof, Sucre
Kerkhof, Sucre
Kerkhof, Sucre

Als we op één van de schaarse zonnige momenten op de ‘plaza 25 de noviembre‘ zitten, zijn we een magneet voor bedelaars. Zolang we wat kleingeld hebben, geven we ook wel iets. Maar zo ook de plaatselijke straatkinderen: of ze onze schoenen niet eens moeten poetsen? Of we geen boekje willen kopen? Ze blijven mouwvegen en vriendelijk vragen stellen – waar komen jullie vandaan? Hoe is het leven daar? – en ondertussen zitten ze al met 4 voor ons op de grond! Als 1 van hen tenslotte vraagt: “ik heb zo’n honger, wil je geen kip voor ons kopen?”, geven we toe aan de sluwe mannetjes, en terwijl ik in de zon blijf zitten volgen de kinderen – het zijn er ondertussen al 6 – Henk naar het kippenkraam. Het lijkt wel de rattenvanger van Hamelen ;)! Zo’n 65 Bolivianos (6,5€) lichter – “daar konden we véél bedelaars mee afschudden,” merkt Henk op – en met een realistische kans dat de kinderen hun almuerzo gewoon gaan doorverkopen, is ons geweten wel weer voor een tijdje gesust!

Plaza 25 de noviembre, Sucre
Plaza 25 de noviembre, Sucre
Sucre
Sucre

Voor onze laatste dag in Sucre kan ik Henk zowaar overtuigen om met ons 2 (en een gids natuurlijk) een paardrijtocht te maken in de heuvels rond de stad. De max, want dat wou ik eigenlijk al lang nog eens doen :). Gezien zijn grootte krijgt Henk een gigantische hengst toegewezen, wat behoorlijk impressionant is als je voor de eerste keer op een paard zit. Ik ben blij dat het er mooie, pittige beestjes uitzien, en geen afgeleefde paarden zoals soms het geval is bij zo’n tochten. En nu nog hopen dat ze niet als tamme kermispaarden achter elkaars kont aan lopen… Maar die vrees blijkt ongegrond: nog geen 5 minuten na ons vertrek steigert Henk z’n paard al eens, en gaat de gids z’n paard er even vandoor. Mijn wederhelft ziet er niet meer zo gerust uit ;)! Het is gelukkig een zeer mooie “off-road” tocht langs de glooiende velden en minder ontwikkelde buitenwijken van Sucre, met een prachtig zicht op de stad.

Sucre
Sucre

Onze volgende stop is de grootstad Cochabamba, met haar 500 000 inwoners de derde grootste stad van Bolivia. Na de taxirit naar Sucre, kiezen we ook hier voor de luxueuze oplossing; i.p.v. 10 uur op de nachtbus op een ongeplaveide weg dooreen te zitten klutsen nemen we gewoon… het vliegtuig. Ook de prijzen voor een vlucht zijn hier navenant; voor 30€ p.p.zijn we op een half uurtje in Cochabamba!

Cochabamba

Cochabamba
Cochabamba

Tijdens een eerste stapje door de stad merken we hier wel heel veel prikkeldraad rond de huizen en security in de winkels. Dit is een enorm verschil met de vorige gemoedelijke Boliviaanse stadjes. Cochabamba is groot, druk en wil duidelijk moderner overkomen. Hier en daar vind je wel wat hippe kap- en schoonheidssalons, wannabe trendy winkels, glazen buildings en horecazaken die lijken weggelopen uit de jaren ’90. We zien hier ook – net als in Potosi en Sucre trouwens – superveel oude Volkswagen ‘kevertjes’ rijden, die zijn blijkbaar erg in trek.

IMG_0446

Cochabamba
Cochabamba

En opeens spotten we ook, voor het eerst sinds Santiago, een Amerikaanse fastfoodketen! Uit nostalgie gaan we nog eens binnen in deze Burger King, en… we schrikken ons een hoedje! De hamburgers zijn even duur als in Europa, en dat is ongeveer de prijs van 3 Boliviaanse almuerzo’s! Hier spotten we dan ook enkel de rijkere jongeren en begoede middenklassegezinnen. Burger King is een upscale restaurant in Bolivia!

Cochabamba

Cochabamba
Cochabamba

Ook in Cochabamba laat het regenseizoen zich regelmatig gelden. De ene moment lopen we in t-shirt of kleedje in volle zon, de andere moment regent het dat het giet! Het maakt het nogal moeilijk om plannen te maken voor de volgende dagen, en het zorgt er voor dat we er eigenlijk wat te lang vertoeven.

Cochabamba

Cochabamba
Cochabamba

De honeymoon-fase met Bolivia begint hier voor het eerst wat te bekoelen. De romantiek van steeds in de goedkope, maar uitgeleefde en onfrisse, accomodaties te verblijven begint af te nemen, en de almuerzo’s zijn dan misschien wel budgetvriendelijk, maar er is geen enkel alternatief. We zijn het ondertussen redelijk beu om steeds hetzelfde – kip of een droog stuk vlees, met rijst en aardappelen – te eten. Daarenboven zijn we er hier eens enkele dagen goed ziek van, wat ons humeur er ook niet op verbetert! In de hoop van misschien eens een alternatief te vinden, proberen we hierna wat andere soorten restaurants uit, maar wat volgens Tripadvisor ‘de beste pizza van Cochabamba’ is, komt nog niet aan de knieen van de diepvriespizza van de Aldi :(.

IMG_0423
Cochabamba

Bovendien begint ook het nerveuze verkeer me hier danig de keel uit te hangen. Of je nu even de straat wil oversteken of zelfs gewoon op het voetpad loopt, het is opletten geblazen! Henk en ik worden ettelijke keren bijna van onze sokken gereden door wilde chauffeurs (vooral taxi’s). Bij een rood licht vertragen ze even, claxonneren ze zodat de andere (voor wie het dus GROEN is) weet dat ze er aankomen, en vlammen dan gewoon door. Hetzelfde op een druk kruispunt: de auto’s rijden nog ongegeneerd door als het al rood is, terwijl de andere al beginnen te rijden voor het groen is. Zo heb ik er al velen elkaar op een haartje na zien missen. En ondertussen maar geagiteerd claxonneren, alsof het altijd de andere z’n schuld is. Voor diegenen die dachten dat het nerveus rijden is in Zuid-Europa: guess again ;)!

IMG_0392
Cristo de la Concordia
IMG_0387
Cochabamba

Op een zeldzame zonnige zondag besluiten we de berg naar de “Cristo de la Concordia” te beklimmen. Het zou iets van een 1500 treden zijn, jawadde, wat we allemaal niet over hebben voor Jezus! Het blijkt gelukkig nog mee te vallen: na een uurtje steil naar boven wandelen aanschouwen we het grote, witte, betonnen standbeeld. De inwoners van Cochabamba zijn er apetrots op dat dit wereldwijd het grootste standbeeld van Jezus is. Het is met zijn 33,3 meter de volle – wait for it – 30 cm groter dan “Christ the redeemer” in Rio de Janeiro! Een meter voor elk jaar van zijn leven, “maar eigenlijk leefde hij wel wat langer hé, dus we hebben er nog 30 cm bijgelapt” ;). De vrome locals zitten hier op deze zondag in grote getale in hun mooiste kledij bij te praten en te picknicken, met een 360° zicht over de stad.

Cristo de la Concordia
Cristo de la Concordia
Cochabamba
Cochabamba

Op onze weg terug naar het hostal stopt er opeens een taxi naast ons. De passagier – met politie-pet en badge – houdt zijn ‘legitimatiebewijs’ naar ons op en gebiedt ons in het Spaans om in te stappen en mee te komen naar het politie-bureau. No way, José! We waren al verwittigd over de valse politie-agenten die je zo mee willen lokken, om je vervolgens te kunnen beroven. Met een supergeloofwaardige taxi dan nog wel, de idioot! Gelukkig rijdt hij gewoon verder als we niet reageren en snel verder stappen. Het is eigenlijk de eerste keer dat we zoiets meemaken, over het algemeen heb ik me hier al altijd veilig gevoeld. Het helpt natuurlijk ook dat Henk een reus lijkt voor deze mensen – zelfs ík ben een kop groter dan de gemiddelde Boliviaanse man :)!

Cochabamba
Cochabamba

Na lang genoeg in het lawaaierige, grote en ongezellige Cochabamba verbleven te hebben, is de tijd rijp om nog eens wat natuur te gaan opzoeken. Het is – gezien de regen – niet de beste tijd van het jaar om het Toro Toro nationaal park te bezoeken, maar we besluiten het er toch op te wagen. We regelen geen dure, georganiseerde tour vanuit Cochabamba, maar proberen alles zelf uit te dokteren. Zo moeilijk is dat natuurlijk niet, in theorie, maar we sakkeren toch wat als we op zoek zijn naar de busstop, en verschillende keren in uiteenlopende richtingen gestuurd worden als we de weg vragen. Blijkbaar spelen de Bolivianen hier graag met onze voeten!

Cochabamba

Cochabamba
Cochabamba

Uiteindelijk vinden we de gammele bus – we zien de vering al van ver op straat hangen – die om 18u naar het dorpje Toro Toro zal vertrekken. Again, in theorie, want om 19u15 staan we daar nog altijd te koekeloeren! We zijn de enige toeristen op deze bus. Of dat een goed teken is zal zich nog moeten uitwijzen, maar ’t is alleszins iets helemaal anders dan de taxi of het vliegtuig ;)!

De gammele bus!
El bus

Zelfs op de geplaveide wegen zorgt het gebrek aan vering voor een rollercoaster-ride, want de chauffeur rijdt – hoe kan het ook anders – als een wildebras. Ook hier schalt er weer uren nerveuze Boliviaanse carnavalmuziek door de boxen, terwijl iedereen op de bus zijn avondmaal eet. Geen snack of snoepreep, maar een volwaardige warme maaltijd (9 kansen op 10 is het een plastic bakje met kip, rijst en patatten). Op een mum van tijd stinkt de hele bus naar eten, en de volle zakken met afval worden na afloop gewoon door het raam gekeild. Geen wonder dat de bermen hier op vuilnisbelten lijken!

Ondertussen is ook de zon onder, en op het platteland van Bolivia wil dat zeggen: inktzwarte duisternis. De koplampen van de bus zijn de enige verlichting die we zien, tot we in de verte ook een ander licht zien: bliksem. En zo te zien rijden we er regelrecht naartoe!

Toro Toro

Toro Toro
Toro Toro

Een tijdje later bevinden we ons inderdaad middenin een onweer waarbij horen en zien vergaat. De regen valt met bakken uit de lucht, en de bus blijft lustig doorracen op de modderige wegen en zelfs door riviertjes. Enkele keren zit de bus even vast in het slijk, maar alle griezelige momenten ten spijt komen we toch om 1u ’s nachts aan in Toro Toro. Hier wacht ons weer een andere uitdaging: door het onweer is in heel het dorp de electriciteit uitgevallen. Hier staan we dan, in de gietende regen, in een pikdonker dorp dat we niet kennen, met enkel af en toe een bliksemflits om ons van licht te voorzien! Gelukkig kan één van de andere passagiers ons verderhelpen: of we een slaapplaats zoeken? Euhm, ja graag! We volgen de vrouw enkele straten, en houden halt bij… een bouwwerf. We stappen het betonnen karkas van het huis binnen waar ons tot onze verbazing een volledig afgewerkt kamertje met 2 bedjes wacht. Och ja, op dit moment verschieten we van niets meer :)!

Toro Toro
Toro Toro

De volgende dag kunnen we een betere blik werpen op Toro Toro; een schattig dorpje waar momenteel amper andere toeristen aanwezig zijn. We verhuizen voor de volgende nachten naar het enige hostal dat hier open is tijdens het laagseizoen.

IMG_0579

Toro Toro
Grand canyon, Toro Toro

Samen met onze gids Benedicto, die we verplicht moeten inhuren om het park binnen te mogen, maken we mooie wandelingen naar de de “Ciudad de Itas” en naar de 250 meter diepe ‘Grand canyon’. Dankzij het zonnige weer en de skywalk die over de diepe kloof hangt hebben we een fantastisch uitzicht op de kleurige papegaaien die er rondvliegen!

Toro Toro

Toro Toro
Grand canyon, Toro Toro

De grotten van Toro Toro zijn qua grootte niet te vergelijken met de gigantische “Carlsbad caverns” in New Mexico, maar de manier van afdalen is wél impressionanter: we kruipen op handen en kniëen of op onze buik door kleine ruimtes en spleten van soms slechts 30 centimeter hoog, en klimmen via een koord meters naar beneden met enkel het lichtje op onze helm om ons te leiden. Onze kleine Boliviaanse gids kruipt overal moeiteloos door, maar voor Henk en mij is het toch redelijk claustrofobisch en eng. Ik ben blij als ik na enkele uren terug bovengronds ben!

Grand canyon, Toro Toro
Grand canyon, Toro Toro
Cuidad de Itas, Toro Toro
Cuidad de Itas, Toro Toro

Uiteindelijk mogen we niet klagen met het weer: het heeft zeker niet constant geregend. Maar het probleem is dat ons hostal geen enkele vorm van verwarming in de kamers heeft. De luchtvochtigheid is hier erg hoog; eens onze kleren nat zijn geweest, geraken ze hier nooit meer droog :(. Als we terugkeren naar Cochabamba – ja, we kunnen niet anders dan daar wéér te passeren – voelen zelfs de kleren die we níet gedragen hebben stuk voor stuk klam aan!

Toro Toro
Toro Toro
Cochabamba by night
Cochabamba by night

We besluiten om ons verblijf in Cochabamba af te sluiten in stijl. We boeken een kamer in 1 van de weinige 4-sterrenhotels in de stad: een fancy zakenhotel met een fantastisch uitzicht over de stad, een uitgebreid ontbijtbuffet, en zelfs mini-shampooflesjes en een haardroger in de badkamer! Holy sh*t!
En och, ondanks het geklaag over wat een beetje begon tegen te steken, hebben we ons wel weer goed geamuseerd de voorbije weken. We still like you, Bolivia :). Next stop: LA PAZ!

#13 Bolivia: Donde todo es posible, y nada es seguro (pt. 1: Uyuni & Potosi)

18 januari – 25 januari

Onze laatste ochtend in San Pedro De Atacama bereidt ons al meteen voor op wat komen zal. In onze ongezellige kamer in het hostel in de mindere buitenwijken van San Pedro – van een downgrade gesproken – komt een half uur voor ons vertrek naar Bolivia geen druppel warm water uit onze kraan!

Laguna Blanca
Laguna Blanca

We hebben een 3-daagse tour naar Uyuni geboekt, inclusief overnachtingen en maaltijden, omdat dit de beste en zelfs goedkoopste manier bleek om naar Bolivia te reizen en onderweg ook nog wat van de regio te zien. De reviews van deze tour spreken van bittere kou op 5000 meter hoogte, zeer rudimentaire accomodatie zonder warm water en eenvoudig eten. Ook alcohol is op die grote hoogte taboe. Ik ben benieuwd hoe plezant we het allemaal nog gaan vinden 😉 maar goed, ’t is een goede manier om wat te vasten en te detoxen na de voorbije weken van overvloed, en ik popel om te vertrekken!

Laguna Verde
Laguna Verde

Fris en monter – na een ijskoude douche – wachten Henk en ik voor de deur van het hostel, en we merken meteen dat het afgesproken tijdstip op ‘Zuid-Amerikaans uur’ gerekend is. 3 kwartier te laat staat de chauffeur voor de deur, en zetten we koers richting Bolivia waar we de reis per 4×4 zullen voortzetten. Spannend :D!

IMG_9814

De Boliviaanse grens blijkt een eenzame slagboom in the middle of nowhere, puur voor de show want je kan er gewoon langs rijden 🙂 we laten onze nieuwe paspoortstempel drukken en maken kennis met onze medereizigers; een koppel Engelsen, een koppel Duitsers, en 6 Braziliaanse meisjes. Tot grote spijt van Henk worden we automatisch bij de ‘koppels’ ingedeeld, en kruipen we met de Engelsen en Duitsers, vergezeld van gids José, in een jeep i.p.v. met de knappe Brazilianen.

Laguna Colorado
Laguna Colorado

Samen met de vele jeeps van de andere touroperators – die krak dezelfde tour aanbieden – rijden we in colonne richting “Reserva Nacional de Fauna Andina Eduardo Avaroa”. Met diezelfde jeeps stoppen we aan de lagunas blanca en verde. Je kan al raden welke kleur die hebben! De weerspiegelingen van de achterliggende besneeuwde bergtoppen in de meren zorgen wel voor fantastische gezichten. Na een bezoek aan de ‘woestijn van Salvador Dali’, de ‘Salar van Chalvire’ met haar natuurlijke warmwaterbaden en de borrelende, stinkende geisers van ‘Sol de Manana’ – de hele dag onder begeleiding van vreselijk irritante Boliviaanse trompetmuziek in de auto – komen we aan bij onze eerste refugio: een barak in het midden van het nationaal park, met enkel slaapzalen en geen douche, noch warm water.

Laguna Colorado
Laguna Colorado

Het eten dat ons hier opwacht belooft tot onze verbazing niet veel goeds voor de dieet-voornemens: lekkere worstjes, tomaten, komkommers, en hemelse puree. Bolivia is het land van de patat, en dat is hier aan te merken! Voor de rest van de avond geraken we de praat met de zeer luidruchtige, lacherige en supersympathieke Braziliaanse meisjes.

IMG_9919

Arbol de piedra
Arbol de piedra

De volgende ochtend is onze jeep tot onze grote verbazing de enige die op dat moment de laguna Colorado bezoekt, een grote, bloedrood gekleurde lagune met honderden flamingo’s. We kiezen een andere weg dan onze 4 metgezellen en staan helemaal alleen voor het immense meer, vlakbij een kudde grazende lama’s, genietend van de stilte en van het gevoel dat we alleen op de wereld zijn.
Onze medereizigers zijn wel een beetje een bummer tijdens deze trip. Ze zitten – na de obligate foto’s getrokken te hebben – altijd snel terug in de auto, en er wordt niet veel gezegd tijdens de ritten. In de ‘Braziliaanse’ auto lijkt er veel meer plezier te beleven :(!

Arbol de piedra
Arbol de piedra
Woestijn van Salvador Dali
Woestijn van Salvador Dali

Na tijdens deze tweede dag de ‘Arbol de piedra’ – metershoge stenen ten midden van de woestijn – en alweer een handvol lagunes bezocht te hebben, komen we aan in Culpina, een dorpje zoals ik me het ‘echte ‘ Zuid-Amerika had voorgesteld: half afgewerkte ‘koterijen’ als huizen, en veel rommel en vuil op straat, van lege colaflessen tot kapotte kledij en speelgoed. En daartussen ravotten de straathonden in het rond.
We krijgen alweer een basic kamer en dito diner: lamavlees met patatjes, en enkele flessen wijn later (bye, bye, detox) kruipen we na veel luid gepraat, gelach en gezever in ons bed…

Culpina
Culpina
Treinkerkhof, Uyuni
Treinkerkhof, Uyuni

De volgende dag zijn we redelijk moe van de olijke avond, maar met José is het blijkbaar erger gesteld. Henk hoort van een dorpeling dat hij heel de nacht op de lappen is geweest! Hij ziet er inderdaad niet fris uit, en lijkt niet al te gelukkig. Tot overmaat van ramp start onze 4×4 niet, en moeten Henk en co. hem in gang duwen! De rit naar Uyuni verloopt gespannen: iedereen houdt Josés rijgedrag in het oog. Hij moet verschillende keren stoppen; zogezegd om op de andere auto te wachten, maar het lijkt er eerder op dat hij wat frisse lucht nodig heeft.

Treinkerkhof, Uyuni
Treinkerkhof, Uyuni
Zoutvlakte van Uyuni
Zoutvlakte van Uyuni

Zo rijden we nog via een treinkerkhof naar wat hét hoogtepunt van deze tour zal blijken: de zoutvlakte van Uyuni. Een glinsterende, witte vlakte tot zover het oog kan reiken, 1/3 de grootte van België. Een schitterende locatie om de tour af te sluiten!

Zoutvlakte van Uyuni

IMG_0024

Zoutvlakte van Uyuni
Zoutvlakte van Uyuni

Eens in het centrum van het stadje Uyuni aangekomen, maken we voor de eerste keer kennis met de goedkope prijzen in Bolivia. Voor een gewoon tweepersoonskamertje in een hostel betalen we 12, en een bord kip met frietjes kost 1,5€! Ook ons busticket voor de volgende dag, naar het bergstadje Potosi, kost slechts 3. Je ervaart natuurlijk niet veel luxe, maar damn, this is a cheap country!

Uyuni

Uyuni
Uyuni

We kunnen ook eindelijk onze kleren eens laten wassen in een plaatselijke lavanderia, maar dat blijkt alweer een hele onderneming. Ondertussen moeten we toch ook wel al weten dat ze hier altijd ‘ja’ zeggen, tot het er op aankomt, en op het afgesproken tijdstip is onze was dus nog verre van droog! Als ik de dag erna – net voor we de bus moeten halen – terugkeer naar de lavanderia, blijkt het grootste deel van onze was nog natter dan gisteravond. Que? Natuurlijk hebben ze een heel deel van onze kleren op de kletsnatte vloer laten vallen, héél aangenaam als je weet dat de wasplaats tegelijkertijd ook de banos publicos – oftewel openbare toiletten – zijn. De natte kledij gaat dan maar zo mee de rugzak in :s.

IMG_0102

Uyuni

Uyuni
Uyuni

Om 10u stipt moeten we aan het busstation staan, maar natuurlijk is daar helemaal geen bus te bespeuren. Een dik half uur te laat komt het gammele, stokoude Mercedes-busje de straat ingetuft en met de bagage op het dak gebonden vertrekken we traag maar zeker richting het mijnwerkersstadje Potosi – op 4000 meter de hoogste stad ter wereld met meer dan 100 000 inwoners. Het oude beestje hoest en proest met moeite de bergen op en zal uiteindelijk 5 uur doen over een rit van nog geen 200 kilometer!

IMG_0112

Potosi
Potosi

Bij de eerste aanblijk lijkt Potosi met haar ongezellige gebouwen en vuile straten niet meteen het UNESCO-werelderfgoed dat aangeprezen staat in onze Trotter, maar als we van de busterminal richting centrum wandelen, komt daar verandering in: kleurrijke gevels, mooie koloniale kerkjes, en gezellige pleinen met een overvloed aan kraampjes met eten, drank, ijsjes en algemene brol. De Boliviaanse, indiaanse vrouwen lopen bijna allemaal rond in traditionele klederdracht: brede, lange rokken, pulletjes van lamawol, een veelkleurige doek waar ze hun kind of boodschappen in dragen, en bijna allemaal dragen ze een hoed op hun lange, zwarte vlechten: bolhoeden, strooien hoedjes, jagershoedjes,… Als ze maar iets op hun hoofd kunnen zetten :)! We zullen de volgende weken merken dat de rokken ook verschillende andere functies hebben: de vrouwen vegen er het zweet mee van hun voorhoofd, snuiten er hun neus in, en gebruiken ze zelfs als ‘sanitair hulpmiddel’ om er in het midden van de straat een plasje onder te doen!!

Potosi

Potosi
Potosi

Potosi is onze eerste kennismaking met de authentieke Boliviaanse cultuur. We verblijven, alweer voor een habbekrats, in een zeer basic kamertje in een oud klooster, en naast de culturele bezienswaardigheden van het stadje te bezoeken gaan we de volgende dagen vooral ook op culinare ontdekkingstocht.

Potosi
Potosi

In de comedor popular op de markt eten we een broodje met ei, kaas of verse avocado voor enkele tientallen eurocenten. Een fles Potosina-bier van 1 liter kost 2, en de stad is bezaaid met kippenrestaurants waar je kip aan’t spit met frietjes kan eten voor 1,5. Een verse milkshake aan een straatkraampje kost 50 cent, en een hartig groentengebakje of vers geperst fruitsap vaak nog minder. Wat een luxe! En dan denk ik nóg dat de handelaars ‘à la tête du client’ rekenen :).

In de meeste mercados kan je ook een volledige maaltijd krijgen bij de dames die in hun geïmproviseerde keukentjes rond allerlei pruttelende potten staan, en ons allemaal aan hún tafeltje wenken. In de potten zitten ondefinieerbare substanties: prut met linzen, prut met kip of prut met vlees. Onder het motto ‘we moeten toch alles eens geprobeerd hebben’ laten we ons overtuigen en kiezen we voor het vlees. Henk en ik krijgen een gigantisch bord met vleesprut, pasta en zwarte patatjes voorgeschoteld. Na eerst 2 lange zwarte haren uit ons bord gevist te hebben, tasten we toe. De zwarte, harde ‘papas congelatos‘ zijn niet ons ding, maar de pasta is OK, en het vlees smaakt eigenlijk gewoon naar stoofvlees. Met onze 2 cola’s erbij betalen we 1,7€ voor deze enorme berg voedsel. Je merkt het, ik kan er écht niet van over, van die lage prijzen!
Goed, naar de hygiëne mag je natuurlijk niet kijken in deze ineengeknutselde keukentjes. Zo is er geen stromend water: de afwas wordt de hele dag gedaan in dezelfde vuile emmer water. Daarnaast lopen de straathonden gewoon rond in de keukens, hopend op een hapje, en worden ze ook eens geaaid door de kokkin, die de volgende moment terug met haar handen aan je eten zit. Als we het toch iets deftiger willen, gaan we op restaurant een almuerzo eten. Voor een 2-tal euro krijgen we een 4-gangendiner met een soepje, voorgerecht, kip of lama-steak met rijst en aardappelen, en een dessert.

Potosi
Potosi

Na deze eerste kennismaking met Bolivia wordt het tijd om verder te reizen, richting Sucre. De voorbije dagen waren er wegblokkades gaande – mijnwerkers die de wegen en treinsporen in en uit Potosi blokkeren in de hoop een hoger pensioen af te dwingen van de overheid zijn hier schering en inslag – die nu opgelost zouden moeten zijn. Daarenboven laat het Boliviaanse regenseizoen z’n aanwezigheid de laatste dagen meer en meer opmerken door hevige regenbuien op Potosi af te sturen!
Na verschillende keren van het kastje naar de muur gestuurd te zijn wat de trein betreft – “kom morgen anders om 7u nog eens terug om te zien of hij rijdt” – besluiten we dan maar te handelen als verwende toeristen en gewoon met de taxi naar Sucre te vertrekken ;).

Ik begin een vermoeden te krijgen dat de 2 weken, die we vooropgesteld hadden om door Bolivia te reizen, niet zullen volstaan…!